Kennen we onze CE “string”?

26 oktober 2016

Een ietwat prikkelende titel maar in dit geval gaat het puur om techniek.

Waar gaat het over!

Alle op de Europese markt verschijnende producten moeten aan minimale veiligheidseisen voldoen. Als je aan deze eisen voldoet mag je (nee, moet je) jouw product voorzien van een CE markering, zo ook in ons geval op rookgasafvoermateriaal.

Heeft jouw product géén CE markering dan mag je dit product in Europa niet op de markt brengen. Met andere woorden, best belangrijk.

Maar wat betekent dat nu voor de gebruiker die ook vanuit deze markering moet kunnen begrijpen waarvoor het product is ontwikkeld en hoe je het moet gebruiken.

Nu is daarvoor een product code ontwikkeld die we in de volksmond een “designation string” noemen. In deze “string” zijn alle basis gegevens opgenomen van de materialen zodat een gebruiker kan weten (moet weten) waarvoor het product gebruikt kan (mag) worden.

Neem als voorbeeld onze string (zie ook de afbeelding hier onder) voor rookgasafvoersystemen type CLV-RVS deze luid :  EN 1856-1 – T200 – N1 – W – Vm-L.50.040 – O(0).

Wat betekenen dan deze getallen en letters allemaal en waarvoor moeten we dat weten ?

Overigens staan er soms meer zaken op de markering maar dat is voor later.

Ik ga een poging doen om het wat helderder te maken !

  • EN 1856-1:2009 Is de Europese norm waaronder deze materialen vallen en gekeurd moeten worden. het jaartal 2009 geeft het laatste revisie jaartal van het document aan.
  • T 200 – Is de temperatuur van de rookgassen bij normaal bedrijf (nominale temperatuur 200 °C) m.a.w. deze afvoer is geschikt voor de afvoer van rookgassen tot deze grens.
  • N1 – Is de lekdichtheidsklasse en geeft aan of het kanalen systeem werkt als overdruk systeem (P1) of zoals in dit geval als een (trekkend) onderdruksysteem (N1).
  • W  – Is de aanduiding op het systeem (=”Wet”=nat) dat betekend dan dat dit systeem, zoals in dit geval geschikt is voor condenserende (W) toepassingen. Een andere optie zou zijn wanneer dit systeem geschikt was voor droge toepassing, dan zou de aanduiding D (= Dry) zijn.
  • Vm – Is de aanduiding van de corrosieweerstand. In ons geval hebben we hier geen testen aan gedaan (zoals V1, V2 of V3) maar relateren we dat aan de keuze van materialen die specifiek in de EN 1856-1 als geschikt zijn vernoemd en derhalve onder de klasse Vm vallen.
  • L.50.040 – Hierbij is L de aanduiding voor het gebruikte materiaal voor de rookgasafvoer binnen het systeem, in dit geval RVS. De aanduiding .50 betekend dat het hier gaat om RVS materiaal van een specifieke samenstelling (X2CrNiMo 17-12-2). Het laatste deel van de aanduiding (.040) geeft de wanddikte weer van het materiaal weer, in dit geval staat dit voor 0,40 mm dik.
  • O(0) – Is de aanduiding voor roetbrand bestendigheid. Dit is voor de herkenning van hoog temperatuursystemen b.v. voor hout-, olie- of pellet kachels. In ons geval is dat O = nee (G=ja). Met deze aanduiding is meteen ook duidelijk dat onze systemen hiervoor dus niet geschikt zijn. Tevens wordt hier de afstand (0) aangegeven tot brandbare materialen waarmee mogelijke ontbranding door temperatuur overdracht niet kan plaatsvinden. In ons geval is dit (voor CLV systemen) 0 mm in de praktijk mag dus een CLV systeem tegen een willekeurige wand worden gemonteerd.

Misschien draagt deze beknopte uitleg bij op het moment dat u weer een plaatje voorbij ziet komen van een willekeurig CE product waar deze “string” op staat afgedrukt.

Uiteindelijk moeten we als gebruikers(installateur) meer kennis vergaren over dit soort minder “sexy” onderdelen van ons vakgebied omdat door de open Europese markt steeds meer onbekende materialen beschikbaar komen in Nederland.

We moeten nieuwe (en al bekende) materialen kunnen onderscheiden als het gaat om toepassingsgebied en geschiktheid. Daarvoor is deze string ons enige instrument om kennis te vergaren over deze materialen.

Het is dus goed om kennis te hebben van deze “string”.

Jan Mondria, directeur Breman Schoorsteentechniek